Anansi en de eenbenige Moeder van het Bos

"Er tin tin", zeggen we in Suriname; Hollanders zeggen : "Heel lang geleden". Dit verhaal wordt al lang in Suriname verteld dus het begint zo: Er tin tin voerde Ba Anansi, Broer Spin, niets uit en zijn vrouw Sa Akoeba, (Zuster Akoeba), kon hem onmogelijk onderhouden. Akoeba gaf de gulzige Anansi net genoeg te eten om hem in leven te houden, want zij moest ook nog haar drie kinderen behoorlijk voeden. Anansi had voortdurend honger en dit akelige gevoel maakte hem diep ongelukkig. Klagend liep hij in huis rond, maar Akoeba stoorde zich er niet aan. Zij zei dat hij blij mocht zijn met wat hij van haar kreeg. "De meeste vrouwen zetten hun luie man gewoon op straat. Alleen zij die werken, hebben recht op goed eten.
 
Als je niet tevreden bent, staat de deur voor je open," aldus Sa Akoeba. Op een morgen zat Broer Anansi onder een grote kankantri-boom in het bos te huilen van verdriet, toen hij een schel gefluit hoorde en een vreemdsoortig wezen met recht overeind staande haren zag aankomen. Het was Boesimama, de Moeder van het Bos, die op haar ene been ronddraaide als een tol en zo bliksemsnel naderde. In een oogwenk stond Boesimama voor hem stil, waardoor het gefluit van de wind om haar lichaam ophield, terwijl de lange losse haren over haar gelaat vielen en het bedekten als een sluier. De Moeder van het Bos vroeg Anansi wat er aan de hand was en hij stortte zijn hart bij haar uit. Boesimama vond hem zielig en zij begon weer te tollen en wenkte Anansi om haar te volgen. Zij leidde hem naar een wonderbare boom, waarvan de takken beladen waren met zakken vol eten en sprak: "Je mag dagelijks drie zakken eten van deze boom afslaan. Dat is genoeg om nooit meer honger te lijden.
 
Heb je goed geluisterd? Als je meer dan drie zakken probeert te nemen, zul je ontdekken dat ze allemaal als bij toverslag leeg zijn."Toen verdween Boesimama even snel als zij verschenen was. Ba Anansi nam drie takken die onder de wonderboom lagen en daarmee sloeg hij de zakken eraf. De eerste zak bevatte een smakelijk ontbijt; de tweede een lekker middagmaal en de derde heerlijk avondeten. Anansi droeg de drie zakken naar huis, waar hij met veel lawaai binnentrad en alles voor zich op tafel plaatste. Hij had besloten dat hij al dat lekkere eten alleen zou opsmullen en dat zijn vrouw en kinderen de vuile borden mochten schoonlikken. Maar het ging anders toe dan Ba Anansi gedacht had. Voordat hij wist wat er gebeurde, hadden zijn vrouw en kinderen het voedsel verslonden en kreeg hij de vuile borden voor zijn neus.
 
Dat doe ik niet meer, dacht Ba Anansi, en de volgende dag ging hij naar de wonderboom, sloeg de zakken eraf en at alles, ontbijt, middagmaal en avondeten, onder de boom op. Thuis zei hij dat de wonderboom maar voor één keer eten had gegeven, dat er niets meer was. Zuster Akoeba geloofde Anansi echter niet, want hij liet elke dag het bordje eten staan dat zij hem voorzette en hij werd toch steeds dikker. Op een morgen zei zij tegen haar kinderen dat zij Anansi stiekem moesten volgen.
 
Toen Ba Anansi bij de wonderboom aankwam en de zakken eraf sloeg, sprongen zij te voorschijn. Zij grepen de gevulde zakken en snelden hiermee naar hun moeder. Ba Anansi zette de kinderen achterna, maar kon hen niet pakken. Die dag leed hij honger, want Akoeba en de kinderen smulden weer al het eten op.
 
De volgende dag ging Sa Akoeba met haar kinderen naar de wonderboom. De kinderen sloegen er drie zakken eten af, maar Akoeba was daarmee niet tevreden, zij wilde meer hebben. Haar oudste zoon probeerde in de boom te klimmen en op dat moment toverde de boom alle zakken weg, ook die reeds op de grond lagen. Teleurgesteld verlieten de gulzige vrouw en de kinderen het bos. Onderweg kwamen zij Ba Anansi tegen die op weg was naar de wonderboom. Ze zeiden hem niets. Bij de wonderboom zag Anansi dat alle zakken verdwenen waren en hij begreep direct wat er gebeurd was. Hij ging terug naar de grote kankantri en daaronder ging hij weer een potje zitten huilen.
 
Het duurde niet lang of Boesimama kwam aangetold om hem te vragen wat eraan scheelde. Anansi vertelde haar alles. Toen gaf zij hem een eetkalebas en zei: "Deze kalebas is met obia, zwarte kunst, bewerkt en zal je driemaal per dag eten geven. Je hoeft hem slechts te zeggen wat je lust en hij zal het je geven. Je moet de kalebas na elke maaltijd schoenwassen, anders houdt hij ermee op."Hierna ijlde Boesimama fluitend weg, terwijl Ba Anansi met de eetkalebas naar huis ging. Daar kroop hij achter een grote klerenkist in zijn woonkamer om er stiekem van zijn eten te gaan genieten. Hij beval de kalebas op gedempte toon: "Mijn kalebas, geef mij een lekkere kippensoep.
 
"De eetkalebas vulde zich bliksemsnel met de soep. Ba Anansi smikkelde en smulde en daarna waste hij zijn kalebas netjes schoon en verborg hem onder de etenskast. Vervolgens wandelde hij ongemerkt de deur uit, vastbesloten niets van dit alles aan de anderen te vertellen. Maar. toen Anansi"s dochtertje het huis moest bezemen, vond zij de eetkalebas onder de etenskast. Sa Akoeba zette de kalebas op tafel. Toen Ba Anansi thuiskwam, schrok hij geweldig toen hij de kalebas op tafel zag en hij maakte een enorme drukte: "Waarom zet je mijn dingen op tafel?"Waarom verstop je jouw dingen?"wilde Akoeba weten. "Dat gaat je niets aan," zei Anansi en hij liep met zijn kalebas weg en verborg hem in de klerenkist.
 
Achter die kist at hij driemaal per dag de maaltijden van de kalebas. Op een dag gingen de kinderen verstoppertje spelen, en een van hen kroop in de grote klerenkist, waarachter Ba Anansi juist zat te ontbijten. De jongen kon duidelijk verstaan wat Anansi bij zijn eetkalebas bestelde. "Zodra Anansi het huis uit was, sprong de kleine Anansi uit de kist om zijn moeder alles te vertellen. Sa Akoeba legde beslag op de eetkalebas, die zij precies zo toesprak als Ba Anansi: "Mijn kalebas, geef mij een lekkere kippensoep."De toverschaal bracht direct vier borden kippensoep. Toen zij die op hadden, zei Akoeba: "En nu graag vier porties bruine bonen met rijst."O je, ze had hem niet afgewassen.
 
Onmiddellijk verloor de eetkalebas alle toverkracht. Bij zijn terugkomst zag Anansi de bedorven kalebas op de vloer liggen. Wat was hij kwaad! Hij trapte het waardeloze ding stuk en verliet zijn woning. Huilend van woede zat Ba Anansi even later weer onder de grote kankantri, maar de Moeder van het Bos deed alsof zij niets zag of hoorde. Ongeduldig riep Anansi een paar keer achter elkaar: "Boesimama, Boesimama, kom mij toch helpen!"Met een woedend gefluit kwam de Moeder van het Bos aanzetten. Zij zweepte Anansi met haar lange haren om zijn oren, tot hij van pijn flauwviel. Daarna tolde zij weg. Toen Ba Anansi bijkwam, wilde hij niets meer van zijn vrouw en kinderen weten, want volgens hem was het hun schuld dat de Moeder van het Bos hem had geslagen.
 
Hij besloot naar het bos te verhuizen en daar woont hij nu bij de familie Bosspin. ..

Een Volksverhaal uit Suriname voor 9 jaar en ouder